Wijnen uit Hongarije

De eerste Hongaarse wijnen stammen al vanuit de Romeinse tijd. Al reeds in de vijfde eeuw werden er door de Romeinen wijnstokken aangeplant in de Romeinse provincie Pannonië. 

Een druivensoort die nu voor velen synoniem staat voor rode Hongaarse wijnen, namelijk de Kadarka, werd eigenlijk in de 16e eeuw meegenomen door de Serviërs, die zich door uitdrijving door Suleiman de Grote vestigden in Eger. Deze Kadarka is trouwens een van de oudste blauwe druivensoorten. 

Een andere, nog steeds bekende Hongaarse streek voor wijnbouw is Tokaj. Van uit deze streeks zijn er al verslagen over de uitmuntende kwaliteit van de wijn die dateren van 1571. De Franse Zonnekoning sprak over wijn uit Tokaj, die edele rotting had doorgaan als 'Vinum Regum, Rex Vinorum' (wijn van koning, koning der wijnen). 

Hongarije is een land dat vele heersers heeft gekend en die brachten allemaal invloeden met zich mee. Zo kwam ten tijden van de Ottomanen druiven als de Blauer Portugieser naar het land. 

Heel Europa werd getroffen door de druifluis rond 1890 en ook Hongarije werd niet gespaard. Veel traditionele druivensoorten werden, mede door het communisme een tijd daarna vervangen door druiven als Muscat en Zweigelt. Sinds de jaren 90 van vorige eeuw worden de authentieke druivensoorten weer in ere hersteld en probeert men juist met deze onbekendere druivensoorten te verrassen. 

Momenteel is er zo'n 70.000 hectare wijnbouw in het land. Ongeveer 2/3 van de totale productie is witte wijn. Een andere bekende wijn is de Bikaver, ook bekend als Stierenbloed, omdat deze vroeger een oppepper gaf aan de soldaten in de diverse legers. 

Om Hongaarse etiketten te lezen is het handig om te weten dat sinds de herziening van de wetgeving in 1997 de streek en de druivensoort onderdeel is van de naam van de wijn. Zo zal u vaak Tokaj en Egri vermeld zien staan, de voornaamste regio's. 

Bekijk al onze Hongaarse wijnen hier>